< Terug naar het nieuwsoverzicht
Op 29 maart jl. werd in de Folkingestraatsynagoge de tentoonstelling Oorlogskind geopend.
Wat gebeurt er met een kind als vader in het verzet gaat? Of als je als jongen van dertien alleen in een kamp in Indië moet zien te overleven? Welke sporen laat het moeten onderduiken op steeds weer andere adressen achter? In Oorlogskind staan de persoonlijke geschiedenissen van twaalf kinderen uit de jaren 1940 tot 1945 centraal. Ieder oorlogskind heeft een eigen verhaal en eigen ervaringen die zijn gekleurd en bepaald door de oorlogssituatie. Aan de hand van deze unieke verhalen brengt de tentoonstelling de historische context van Nederland in de Tweede Wereldoorlog in beeld. Ook wordt de oorlogsgeschiedenis belicht van de provincie Groningen. Met de inbreng van Unicef en War Child Nederland gaat de tentoonstelling bovendien in op de ervaringen van hedendaagse oorlogskinderen.
Om de oorlog vanuit het perspectief van Groningen te belichten staan verder twee regionale monumenten centraal die een relatie hebben met het lot van kinderen in de oorlog: in Groningen is dat het bevrijdingsbos in Groningen waar 30.000 esdoorns een eerbetoon vormen aan de Canadese bevrijders en waar de rechten van het kind centraal staan. Daarnaast is er aandacht voor het monument voor de slachtoffers van de meistaking in 1943 te Glimmen.
De tentoonstelling Oorlogskind is naar Groningen gehaald door OVMG. De officiële opening was op woensdag 29 maart. Na een woord van welkom door Kees Kreb, voorzitter van de St. Folkingestraat Synagoge sprak Deddo Houwen, voorzitter van OVMG, enige woorden van dank uit aan degenen die de tentoonstelling hebben mogelijk gemaakt. Erik Somers van het NIOD vertelde iets over de totstandkoming van de tentoonstelling en in het bijzonder over wat het betekent voor de 'oorlogskinderen' wier verhaal in de tentoonstelling centraal staat om hun dierbare herinneringen in bruikleen te geven.
De officiële openingsrede werd uitgesproken door “oorlogskind” René S. de Vries. René vertelde over zijn jeugd als Joods kind in Groningen en over zijn onderduikperiode. Aan de hand van dia's en foto's vertelde hij het verhaal van zijn familie, van wie bijna niemand de oorlog overleefde. Verder ging hij in op het lot van andere oorlogskinderen: kinderen van verzetsmensen, Indië-gangers en van NSB’ers: ook zij hebben te lijden gehad van oorlogshandelingen waarvan zij nog steeds de gevolgen ondervinden. Het thema is universeel: als men lering wil trekken uit de oorlog, laat het dan zijn dat zij die ons het meeste lief zijn – onze kinderen – het meest beschermd moeten worden.